dinsdag 21 januari 2014

Johnny Thijs. Dexia. Godverdomme!

Godverdomme.  Dat was mijn reactie toen ik las dat enkele directieleden bij Dexia vierhonderdvijftigduizend euro gaan verdienen.  Niet eenmaal maar meerdere malen heb ik luidop gevloekt.  Nog luider vloek ik als ik de rechtvaardigingen lees voor dat hoge bedrag.  Want die rechtvaardigingen zullen volgen.  De raad van bestuur zegt al dat het een herschikking betreft van het directiecomité en dat alles eigenlijk neerkomt op een besparing.  Dat het noodzakelijk is dergelijke bedragen uit te betalen om de expertise binnen het bedrijf te houden.  Minister Geens doet ook zijn duit in het zakje.  Hij laat ons weten dat alles binnen het wettelijke gekaderd is.  Geen enkel probleem dus voor hem.  Ongetwijfeld zullen nog andere reacties volgen.  Ter verdediging uiteraard.  Net zoals dat gebeurde in de discussie rond de verloning van Johnny Thijs.  Toen lieten de captains of industry hun verontwaardiging de vrije loop.  Zelfs de ooit zo geroemde loodgieter Jean-Luc Dehaene trad de strijdarena binnen en meende even zijn licht te moeten laten schijnen over de zaak Thijs.  Johnny stond niet alleen.  Net zoals Dexia vandaag niet alleen staat.  Ik begrijp het niet.  Dat onbegrip doet mij vloeken.
 
Vierhonderdvijftigduizend euro op één jaar.  Ik heb het even omgerekend.  Laten wij ervan uitgaan dat deze heren op dat sommetje vijftig procent belastingen betalen.  Dat is een beetje naïef, ik weet het.  Die heren betalen dat niet.  Zij kennen de weg.  Zij kennen de eilandjes.  Zij kennen de vennootschappen.  Maar laat ons ervan uitgaan dat zij toch die belastingen zouden betalen.  Dat maakt dat zij tweehonderdvijfentwintigduizend euro overhouden.  Dat betekent dat zij per dag bijna zeshonderd twintig euro kunnen uitgeven.  Dat moeten zij even gaan vertellen op de werkvloer.  Aan een loketbediende.  Een loketbediende, die net een huis gekocht heeft en daarvoor maandelijks duizend euro of meer moet aflossen.  Een loketbediende, die voor die maandelijkse aflossing keuzes dient te maken in zijn uitgaven.  Dat moeten die heren even gaan vertellen aan de personeelsleden die in het kader van de ‘natuurlijke afslanking’ zullen wegvloeien.  Dat moeten zij even vertellen aan de personeelsleden, die de taken moeten overnemen van die afgevloeide collega’s en hun takenpakket daarmee uitgebreid zien.  Terwijl tegenover die uitbreiding geen bijhorende loonopslag wordt gesteld.
 
Ongetwijfeld vallen voor die vierhonderdvijftigduizend euro een aantal valabele argumenten te vinden.  Dat zou wel eens kunnen.  Wat mij echter doet vloeken, is dat niemand zich vragen stelt bij de hoogte van dat bedrag.  Dat bedrag is totaal van de pot gerukt.  Staat in geen enkele verhouding tot welke prestatie dan ook.  Tot een bepaald bedrag ben ik bereid mee te gaan in de redenering dat het noodzakelijk is omwille van de expertise.  Omwille van de moeilijkheid van de taak.  Omwille van de eer.  Maar al die argumenten spelen tot op een bepaald niveau.  Eenmaal boven dat niveau spreken wij van ‘greed’.  Van hebzucht.  Van graaizucht.  Dat niet willen inzien of begrijpen, stoot mij nog het meest tegen de borst.
 
Ik vloek als ik lees dat die dikbetaalde heren zichzelf vorstelijke lonen toekennen en zonder enige schaamte bonussen en opslagen krijgen toebedeeld terwijl zij, vanuit hun expertise, pleiten voor loonmatiging bij arbeiders en bedienden.  De loonhandicap met de buurlanden moet omlaag.  In dat streven worden enkel de arbeiders en de bedienden betrokken.  In ruil voor hogere dividenden worden zonder enige schroom mensen aan de deur gezet.  Niet omwille van bedrijfseconomische noodzaak, wel omwille van een extraatje voor de aandeelhouders.  Dat is die geroemde expertise.  Directie- en bestuursleden worden hierbij niet mee het bad ingetrokken.  Zij blijven bij die loonmatigingen en herstructureringen veilig aan de kant staan.  Zij kijken enkel omhoog.  Naar nog grotere, nog rondere bedragen.
Eén van de grootste bedreigingen voor de komende jaren is de toenemende inkomensongelijkheid.  Dat wordt ons niet gemeld door een of ander links scheurpartijtje.  Dat meldt ons het World Economic Forum.  Maar wat zijn wij met die mededeling? Wat zijn wij met die mededeling als wij beseffen dat het grijpen en graaien maar blijft doorgaan.  Wat zijn wij met die mededeling als wij beseffen dat na de financiële crisis nauwelijks sprake is van enige bescheidenheid bij die vele topmensen.  Schuldigen worden niet aangewezen.  Lessen worden niet getrokken.  Als er al lessen worden getrokken, dan wel netjes binnen de door de lobby’s uitgezette krijtlijnen.  Neen, die heren van het WEF zeggen het enkel voor de schone schijn.  Om zo toch maar een vermoeden van sociale betrokkenheid en sociaal realisme op te houden.  Die heren van het WEF geven hierover een kort perscommuniqué en trekken zich daarna terug om ons, dat arbeidende gespuis, in het gezicht uit te lachen.  Zij kloppen zich fier op de borst.  Blij met dit staaltje van arrogante muilentrekkerij.
 
Ik vloek.  Ik vloek.  Ik vloek.  Godverdomme.  Godverdomme tot de derde macht.  Vierhonderdvijftigduizend euro, ik kan er niet bij.  Ik kan er gewoonweg niet bij.  Omwille van bovenstaande vind ik het gewoon onaanvaardbaar.  En oh ja, afgunst speelt in deze geen enkele rol.  Want dat wordt wel eens beweerd door die hoge piefen.  Dat jaloezie in het spel zou zijn.  Maar niks van dat alles, heren.  Oprechte verontwaardiging, dat is wat in deze speelt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten